

Droge ogen: meer dan alleen een druppel
Highlights van het EuDEC 2025 in Krakau
Voor Tramedico heeft Gabriëlle Janssen, BOptom MBA Health een selectie gemaakt uit het brede aanbod aan lezingen en de nieuwste inzichten voor de thuisblijvers samengevat:
Waarom dit congres ertoe doet:
Droge ogen zijn één van de meest voorkomende klachten in de dagelijkse optometriepraktijk. Toch blijft de aandoening vaak onderschat. Nieuwe cijfers laten zien dat mensen met klachten van droge ogen niet afnemen, maar juist toenemen. Steeds vaker vinden cliënten hun weg naar de optometrist in plaats van de oogarts. En precies daarom is het essentieel dat we als beroepsgroep op de hoogte blijven van de nieuwste inzichten. Hieronder een selectie uit het brede aanbod aan lezingen en de nieuwste inzichten samengevat.
- Allergie en droge ogen
- Voeding en droge ogen
- ESCRS – 20/20 unhappy patient
- Losse lezing uit een sessie:
1.1 Allergie en droge ogen: vaker samen dan gedacht
Verslag van de lezing door Andrea Leonardi, MD, FARVO
Droge ogen en oculaire allergie zijn verschillende aandoeningen, maar ze delen veel symptomen en ontstekingsmechanismes.
Dit maakt het onderscheid lastig, terwijl er veel overlap is bij de behandeling. Conserveermiddelvrije druppels kunnen verlichting bieden én het epitheel herstellen, terwijl allergeenblokkers helpen om prikkels te vermijden. Daarnaast is het cruciaal toxische invloeden te beperken, ontstekingen gericht aan te pakken en patiënten goed te begeleiden in therapietrouw.
Prevalentie
Droge ogen vormen wereldwijd een toenemend probleem. Afhankelijk van de gehanteerde definitie en de regio varieert de prevalentie van 5 tot wel 50 procent. Opvallend is dat meer dan 65 procent van de kantoormedewerkers last heeft van droge ogen en de prevalentie van droge ogen in landen met midden en hoog inkomen het hoogste is. Volgens de DEWS II-definitie (A.J. Bron et al., The Ocular Surface, 2017) is droge ogen een multifactoriële aandoening van het oogoppervlak, gekenmerkt door verlies van balans in de traanfilm. Die instabiliteit gaat gepaard met klachten als irritatie en wazig zicht, waarbij ontsteking, schade aan het oogoppervlak en neurosensorische afwijkingen een belangrijke rol spelen.
Tegelijkertijd is oculaire allergie een veelvoorkomende aandoening. In Denemarken blijkt uit een recente studie van Mikkelsen en collega’s (2025), uitgevoerd onder 25.000 gezonde Denen, dat ongeveer 15 procent kampt met allergische conjunctivitis. Dat is zelfs meer dan het aantal mensen met astma (9 procent).
Vormen van oculaire allergie
Andrea Leonardi gaf in zijn lezing een mooi overzicht over de vijf vormen van oculaire allergieën. Het gaat hierbij om seizoensgebonden en het hele jaar door optredende allergische conjunctivitis, keratoconjunctivitis vernalis, atopische keratoconjunctivitis en contact dermato-conjunctivitis. Elk van deze vormen kent zijn eigen klinisch beeld, maar ze vertonen ook veel overlap, zowel onderling als met droge ogen.
Overlap en verschillen
Hoewel oculaire allergie en droge ogen in de kern verschillende aandoeningen zijn, delen ze opvallend veel symptomen én ontstekingsmechanismen. Wat de aandoeningen met elkaar verbindt, is onder meer een instabiele traanfilm, veranderingen aan het epitheel van de cornea en een verhoogde ontstekingsactiviteit. Ook het gebruik van medicatie, zoals antihistamines, speelt een rol. Antihistamines, noodzakelijk om te gebruiken om de allergische reactie te onderdrukken, kunnen de traanproductie verlagen en zo juist bijdragen aan het ontstaan of verergeren van droge ogen. Daarbij kunnen de bloedvaten vernauwen, het ooglid irriteren en zelfs tot chronische conjunctivitis of afsluiting van de traanpunten leiden.
Klinische consequenties
Toch zit het verschil vooral in de oorsprong van de klachten. Bij allergieën is er sprake van een immuunreactie op een bekende stof: het lichaam onthoudt de indringer en reageert bij hernieuwd contact onmiddellijk. Bij droge ogen ligt de oorzaak vaker in omgevingsfactoren, veroudering of auto-immuunziekten. De uitkomst is echter vergelijkbaar: een verstoorde traanfilm en droge plekken op het cornea epitheel. Meerdere fenotypen (klinisch beeld) zijn lastig van elkaar te onderscheiden, ze hebben overeenkomstige symptomen maar verschillende onderliggende mechanismen. Meer onderzoek is nodig om deze processen beter te begrijpen.
Referenties:
1. Akasaki, Y., Inomata, T., Sung, J., Nakamura, M., Kitazawa, K., Shih, K. C., … & Murakami, A. (2022). Prevalence of comorbidity between dry eye and allergic conjunctivitis: a systematic review and meta-analysis. Journal of Clinical Medicine, 11(13), 3643.
2. Bron A.J. et al. (2017) TFOS DEWS II pathophysiology report, The Ocular Surface 15, 438e510
3. Lambiase, A., Minchiotti, S., Leonardi, A., Secchi, A. G., Rolando, M., Calabria, G., … & Bonini, S. (2009). Prospective, multicenter demographic and epidemiological study on vernal keratoconjunctivitis: a glimpse of ocular surface in Italian population. Ophthalmic epidemiology, 16(1), 38-41.
4. Leonardi, A., & Lanier, B. (2008). Urban eye allergy syndrome: a new clinical entity?. Current medical research and opinion, 24(8), 2295-2302.
5. Leonardi, A., Modugno, R. L., & Salami, E. (2021). Allergy and dry eye disease. Ocular immunology and inflammation, 29(6), 1168-1176.
6. Leonardi, A., Modugno, R. L., & Salami, E. (2021). Allergy and dry eye disease. Ocular immunology and inflammation, 29(6), 1168-1176.
7. Mikkelsen, S., Dinh, K. M., Boldsen, J. K., Pedersen, O. B., Holst, G. J., Petersen, M. S., … & Erikstrup, C. (2021). Combinations of self‐reported rhinitis, conjunctivitis, and asthma predicts IgE sensitization in more than 25,000 Danes. Clinical and translational allergy, 11(1), e12013.
8. Singh, N., Diebold, Y., Sahu, S. K., & Leonardi, A. (2022). Epithelial barrier dysfunction in ocular allergy. Allergy, 77(5), 1360-1372.
2.1 De rol van veroudering en oxidatieve stress bij droge ogen
Verslag van de lezing door Stefano Barabino (Milaan, Italië)
Droge ogen bij het ouder worden ontstaan door een combinatie van verouderingsprocessen en oxidatieve stress. Deze leiden tot structurele en functionele veranderingen in traanklier, meibomklieren, conjunctiva en cornea. De behandeling van droge ogen moet op meerdere fronten worden ingezet, met speciale aandacht voor voeding, leefstijl en ontstekingsprocessen. Verder onderzoek is nodig om de precieze rol van voeding en supplementen bij droge ogen beter te begrijpen en evidence-based behandelingen te adviseren.
Oorzaak Droge Ogen
Droge ogen ontstaan niet door één enkele oorzaak, maar zijn het gevolg van meerdere factoren die leiden tot verstoring van het oculaire oppervlaktesysteem. Veroudering, externe invloeden, co-morbiditeit en verminderde autofagie zijn factoren die bijdragen aan de klachten van droge ogen. Autofagie is een natuurlijk proces waarbij cellen beschadigde of niet-functionerende onderdelen afbreken en hergebruiken, een essentieel mechanisme voor celonderhoud.
Bij het ouder worden treden er diverse veranderingen op in de traanklier. Zo tonen studies, waaronder Choi et al. (IOVS, 2024), aan dat er meer lipiden ophopen in deze klieren. Tevens wordt er een toename van ontstekingsfactoren (cytokinen) en een afname van insulineachtige groeifactoren (IGF-I) in het traanvocht waargenomen met het toenemen van de leeftijd.
Ook de kliertjes van Meibom ondergaan leeftijdsgebonden veranderingen. Deze kunnen structureel van vorm en aantal veranderen en tekenen van atrofie, keratinisatie, hyperemie van de oogleden en blefaritis vertonen. Volgens Parfitt et al. (Aging, 2013) produceren deze klieren bij veroudering minder lipiden, wat een negatieve invloed heeft op de traanfilmstabiliteit.
De conjunctiva en cornea blijven hierbij niet gespaard. Bij oudere mensen wordt een afname van gobletcellen, een verminderde epitheliale barrière, toegenomen corneale onregelmatigheid en verhoogde cornea doorlaatbaarheid gezien. Bij muizen is aangetoond dat er een toename is van antigenen én van CD4+ T-cellen in de conjunctiva bij het ouder worden (Barabino et al., Prer 2012). Deze CD4+ T-cellen zijn belangrijk in het afweersysteem, maar kunnen ook ontstekingen veroorzaken in het oog.
Oxidatieve stress
Naast veroudering speelt ook oxidatieve stress een belangrijke rol. Simpel uitgelegd betekent dat oxidatieve stress ontstaat wanneer er te veel vrije radicalen in het lichaam aanwezig zijn en het afweersysteem deze niet meer voldoende kan opruimen. Oxidatieve stress ontstaat bijvoorbeeld door roken, alcohol, ongezond dieet, etcetera.
BU et al. (Antioxidants, 2024) bevestigden een toename van oxidatieve stress bij droge ogen. Choi et al. (2016) toonden bovendien een duidelijke correlatie aan tussen oxidatieve stress en het ontstaan van droge ogen.
Behandeling van Droge Ogen
De behandeling van droge ogen vereist een multidisciplinaire aanpak. Mogelijkheden zijn onder meer:
- Het gebruik van voedingssupplementen
- Aanpassingen in voeding en hydratatie
- Behandeling van voedselintoleranties en eetstoornissen
- Modificatie van het darmmicrobioom
- Topicale medicatie
Wat betreft voedingssupplementen is het exacte effect nog niet volledig duidelijk. Zo toonde Miljanovic aan dat het innemen van omega-3 vetzuren op zichzelf geen significant effect heeft op droge ogen. Daarentegen stelde Barabino dat een combinatie van omega-3 en omega-6 vetzuren wél gunstig kan zijn. Let wel: een te veel aan alleen omega-6 verhoogt het risico op droge ogen met 2,5 keer.
Referenties
1. Bu, J., Liu, Y., Zhang, R., Lin, S., Zhuang, J., Sun, L., … & Li, W. (2024). Potential new target for dry eye disease—Oxidative stress. Antioxidants, 13(4), 422.
2. Choi, W., Lian, C., Ying, L., Kim, G. E., You, I. C., Park, S. H., & Yoon, K. C. (2016). Expression of lipid peroxidation markers in the tear film and ocular surface of patients with non-Sjogren syndrome: potential biomarkers for dry eye disease. Current Eye Research, 41(9), 1143-1149.
3. Miljanović, B., Trivedi, K. A., Dana, M. R., Gilbard, J. P., Buring, J. E., & Schaumberg, D. A. (2005). Relation between dietary n− 3 and n− 6 fatty acids and clinically diagnosed dry eye syndrome in women. The American journal of clinical nutrition, 82(4), 887-893.
4. Parfitt, G. J., Xie, Y., Geyfman, M., Brown, D. J., & Jester, J. V. (2013). Absence of ductal hyper-keratinization in mouse age-related meibomian gland dysfunction (ARMGD). Aging (Albany NY), 5(11), 825.
2.2 Omega-3 vetzuren: een overzicht van de wetenschap
Verslag van de lezing door Penny Asbell (Memphis, Verenigde Staten)
Het bewijs voor omega-3-suppletie bij droge ogen is inconsistent en onvoldoende overtuigend om standaard aan te bevelen. Hoewel sommige studies lichte verbeteringen in testwaarden laten zien, tonen grote RCT’s zoals DREAM geen significante symptomatische winst. Penny Asbell benadrukte het belang van kritisch denken bij het interpreteren van wetenschappelijke literatuur voordat wij iets in de spreekkamer adviseren. Ze presenteerde een checklist waarmee men de kwaliteit van onderzoek beter kan beoordelen en prikkelde ons om meer met de patiënt in gesprek te gaan en naar andere vormen te kijken hoe om te gaan met de pijnklachten bij droge ogen.
De prikkelende vraag
Penny Asbell opende haar presentatie met een interessante vraag: moeten we patiënten met droge ogen adviseren om tijdens de lunch tonijn of visolie (omega-3 vetzuren) te eten? Deze vraag leidde tot een onderbouwde lezing van wat wij als zorgverleners in de spreekkamer zouden moeten adviseren.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat omega-vetzuren meervoudig onverzadigd zijn en dat het lichaam deze niet zelf kan aanmaken. Er bestaan twee hoofdgroepen: omega-3 en omega-6. In het Westerse dieet is er vaak sprake van een overmaat aan omega-6, wat ontstekingen kan bevorderen. Omega-3 vetzuren daarentegen lijken ontstekingsremmend te werken. Omega-6 komt vooral voor in sojaolie, palmolie, zonnebloemolie en andere plantaardige oliën. Omega-3 vinden we vooral in vis en zaden.
Historisch perspectief
De belangstelling voor omega-3 vetzuren begon in de jaren ’70 van de vorige eeuw, toen onderzoekers opmerkten dat Eskimo’s aanzienlijk minder hart- en vaatziekten hadden. Dit werd gekoppeld aan hun omega-3-rijke dieet. In de jaren ’90 toonde een studie aan dat Italiaanse hartpatiënten een hogere overlevingskans hadden als zij dagelijks 1 gram omega-3 kregen in plaats van vitamine E.
Op het gebied van droge ogen bleek uit onderzoeken, zoals de Shihpai Eye Study (Lin, 2003) en de Bangkok Study (Lekhanont, 2006), dat er een overlap van ongeveer tweederde is tussen mensen met droge ogen en mensen met een disfunctie van de klieren van Meibom. Deze bevindingen zijn later in andere studies bevestigd.
Bewijs uit wetenschappelijk onderzoek
Maar wat zeggen de gerandomiseerde gecontroleerde trials (RCT’s) over het effect van omega-3 op de tekenen en symptomen van droge ogen? De DREAM-studie van Asbell (2018) toonde geen significante verbetering van symptomen of klinische tekenen bij gebruik van omega-3-supplementen ten opzichte van placebo. De Cochrane-review concludeerde dat omega-3 mogelijk een rol speelt bij het managen van droge ogen, maar het bewijs is onzeker en inconsistent. Sommige testen, zoals de Schirmertest en TBUT (tear break-up time), lieten lichte verbeteringen zien, maar geen overtuigend effect op de symptomen zelf.
Een studie in India, waar mensen een geheel ander voedingspatroon dan in het Westen hebben, suggereerde dat lage doses omega-3 wellicht kunnen helpen, al waren er methodologische tekortkomingen.
Penny Asbell benadrukte het belang van kritisch denken bij het interpreteren van wetenschappelijke literatuur voordat wij iets in de spreekkamer adviseren. Ze presenteerde een checklist waarmee men de kwaliteit van onderzoek beter kan beoordelen en prikkelde ons om meer met de patiënt in gesprek te gaan en naar andere vormen te kijken hoe om te gaan met de pijnklachten bij droge ogen. Waarbij zij afsloot met een plaatje van mensen die Thai Chi beoefenden.
Referenties:
1. Bang, H. O., Dyerberg, J., & Nielsen, A. B. (1971). Plasma lipid and lipoprotein pattern in Greenlandic West-coast Eskimos. The Lancet, 297(7710), 1143-1146.
2. Aisy, A., Martineta, M., Sari, D. K., & Sitorus, E. R. D. (2022). Effect of Omega-3 Supplementation on Major Adverse Cardiovascular Events (MACE): A Systematic Review. Buletin Farmatera, 7(2).
3. Maguire, M. G., & Asbell, P. A. (2018). n-3 Fatty acid supplementation and dry eye disease. The New England journal of medicine, 379(7), 691-691.Maguire, M. G., & Asbell, P. A. (2018). n-3 Fatty acid supplementation and dry eye disease. The New England journal of medicine, 379(7), 691-691.
4. Downie, L. E., Ng, S. M., Lindsley, K. B., & Akpek, E. K. (2019). Omega‐3 and omega‐6 polyunsaturated fatty acids for dry eye disease. Cochrane Database of Systematic Reviews, (12).
5. Asbell, P. A., & Maguire, M. G. (2019). Why DREAM should make you think twice about recommending Omega-3 supplements. The Ocular Surface, 17(4), 617-618.
3.1 Optimaliseren van resultaten: pre-operatieve diagnostiek en behandeling van droge ogen bij cataractchirurgie
Verslag van de lezing door Sortiria Palioura (Miami, Verenigde Staten)
Onopgemerkte droge ogen zijn een belangrijke oorzaak van ontevredenheid na cataractchirurgie. Ze verstoren preoperatieve metingen en kunnen postoperatieve klachten verergeren. Palioura benadrukt daarom dat elke patiënt systematisch gescreend en behandeld moet worden vóór de operatie. Alleen met een stapsgewijze aanpak – van vragenlijst en spleetlamponderzoek tot aanvullende diagnostiek en therapie – kan de nauwkeurigheid van de lenskeuze én de tevredenheid van de patiënt worden gegarandeerd.
Tijdens het EuDEC-congres verzorgde de ESCRS een sessie rond het thema “the unhappy patient”. Het probleem is herkenbaar voor veel professionals: een patiënt heeft na een cataractoperatie een perfecte visus van 1,0, maar is toch ontevreden. Sotiria Palioura belichtte in haar lezing hoe droge ogen een onderschatte rol spelen in deze situatie.
Het belang van preoperatieve screening
Veel van de cataractpatiënten hebben preoperatief geen klachten van droge ogen, omdat zij hun klachten toeschrijven aan de cataract zelf. De PHACO-studie (Trattler, 2017) toonde aan dat zo’n 20% van de cataractpatiënten voorafgaand aan de operatie droge ogen had. Dit maakt vroege herkenning essentieel, aangezien droge ogen zowel de nauwkeurigheid van preoperatieve metingen als het postoperatieve resultaat kunnen beïnvloeden.
Droge ogen als beïnvloedende factor
Volgens Epitropoulos (2015) en Starr (2019) kunnen droge ogen een aanzienlijke impact hebben op cataractchirurgie. Droogte beïnvloedt keratometriemetingen, die cruciaal zijn voor de berekening van de juiste lenssterkte. Bovendien kan de operatie zelf de droge ogen verergeren, bijvoorbeeld door schade aan de corneazenuwen door de incisie en de toxische effecten van oogdruppels die tijdens en na de operatie gegeven worden.
Stapsgewijze aanpak van Palioura
Palioura benadrukt dat elke cataractpatiënt preoperatief gescreend moet worden op droge ogen, en hanteert daarbij een gestructureerde aanpak:
Behandeling, afgestemd op de mate en oorzaak van de droge ogen. Palioura stelt dat droge ogen altijd eerst behandeld moeten worden voordat de operatie plaatsvindt. Indien nodig zet zij ook IPL-therapie in.Volgens Epitropoulos (2015) en Starr (2019) kunnen droge ogen een aanzienlijke impact hebben op cataractchirurgie. Droogte beïnvloedt keratometriemetingen, die cruciaal zijn voor de berekening van de juiste lenssterkte. Bovendien kan de operatie zelf de droge ogen verergeren, bijvoorbeeld door schade aan de corneazenuwen door de incisie en de toxische effecten van oogdruppels die tijdens en na de operatie gegeven worden.
1. Screening met een vragenlijst (OSDI-6), die snel en eenvoudig af te nemen is. Een score boven de 4 betekent dat er nader onderzoek nodig is.
2. Spleetlamponderzoek, waarbij ze kijkt naar ooglidsluiting, tekenen van lagophthalmus of laxiteit, en beoordeling van de klieren van Meibom.
3. Diagnostiek, zoals TBUT (tear break-up time) en aankleuring van de cornea en conjunctiva met fluoresceïne. Bij aankleuring adviseert ze aanvullend een Schirmertest.
4. Behandeling, afgestemd op de mate en oorzaak van de droge ogen. Palioura stelt dat droge ogen altijd eerst behandeld moeten worden voordat de operatie plaatsvindt. Indien nodig zet zij ook IPL-therapie in.
Referenties
1. Epitropoulos, A. T., & Periman, L. Connection Between Osmolarity and Keratometry in Cataract Surgery.
2. Jones, L., Craig, J. P., Markoulli, M., Karpecki, P., Akpek, E. K., Basu, S., … & Yoon, K. C. (2025). TFOS DEWS III Management and Therapy Report. American Journal of Ophthalmology.
3. Starr, C. E., Gupta, P. K., Farid, M., Beckman, K. A., Chan, C. C., Yeu, E., … & ASCRS Cornea Clinical Committee. (2019). An algorithm for the preoperative diagnosis and treatment of ocular surface disorders. Journal of Cataract & Refractive Surgery, 45(5), 669-684.
4. Trattler, W. B., Majmudar, P. A., Donnenfeld, E. D., McDonald, M. B., Stonecipher, K. G., & Goldberg, D. F. (2017). The prospective health assessment of cataract patients’ ocular surface (PHACO) study: the effect of dry eye. Clinical ophthalmology, 1423-1430.
3.2 Managing Postoperative Dry Eye:
Strategieën voor Preventie en Succesvolle Therapie
Verslag van de lezing door Sava Barisic (Novi Sad, Servië)
Postoperatieve droge ogen zijn een veelvoorkomend en vaak onderschat probleem na cataractchirurgie, met een prevalentie tot ruim een derde van de patiënten. De klachten ontstaan door chirurgisch trauma, medicamenteuze bijwerkingen en ontsteking, en kunnen bij een deel chronisch worden (Persistent Post-surgical Pain). Barisic benadrukt dat preventie en vroegtijdige behandeling essentieel zijn: preoperatief ingestelde therapie voortzetten, conserveermiddelvrije druppels en hyaluronzuur 0,3% gebruiken, en medicatie zo kort mogelijk inzetten. Door risicovoorspelling met vragenlijsten (OSDI) en tools zoals de Ocular Surface Frailty Index kan de kans op klachten verder worden verminderd en de patiënttevredenheid na cataractchirurgie worden verhoogd.
Surgical Temporary Ocular Discomfort Syndrome (STODS)
Volgens het TFOS DEWS III-rapport is een oogheelkundige chirurgische ingreep één van de risicofactoren voor droge ogen. Specifiek wordt dit fenomeen benoemd als Surgical Temporary Ocular Discomfort Syndrome (STODS). De uitkomsten van twee meta-analyses van Lu (2021) en Miura (2022) vertonen gelijke uitkomsten waarbij in de meta-analyse van Miura ruim 37% van de patiënten na cataractchirurgie voor het eerst klachten van droge ogen ontwikkelt.
Symptoomontwikkeling en -duur
De symptomen van droge ogen beginnen vaak direct na de operatie, met een piek op dag zeven. In de eerste dagen overheerst meestal de blijdschap over de verbeterde visus. Pas wanneer de patiënt gewend raakt aan dit nieuwe zicht, worden de klachten van droge ogen merkbaar. In de meeste gevallen nemen de klachten af binnen 1 tot 3 maanden, al blijft een klein deel van de patiënten langdurig klachten houden.
Oorzaken van postoperatieve droge ogen
Barisic onderscheidt drie hoofdoorzaken van droge ogen na cataractchirurgie:
1. Chirurgisch trauma
De operatietechniek speelt een cruciale rol. Zo is het risico op droge ogen groter bij technieken zoals SICS (Small Incision Cataract Surgery) en FLACS (Femtosecond Laser-Assisted Cataract Surgery) dan bij phaco-emulsificatie, die in Nederland de standaard is. Grotere incisies veroorzaken meer zenuwschade aan de cornea, wat leidt tot een verminderde corneagevoeligheid en trofische functie.
Herstel van de subbasale zenuwvezels treedt op bij 60% van de patiënten binnen zes maanden. Bij 13% houdt dit langer dan 10 maanden aan, met name bij patiënten met diabetes mellitus.
2. Per- en postoperatieve therapie
De medicatie die tijdens en na de operatie wordt gebruikt, beïnvloedt eveneens het ontstaan van droge ogen. Risicofactoren zijn onder andere:
- Conserveermiddelen in oogdruppels
- Anesthetische oogdruppels die het cornea-epitheel beschadigen
- Topicale NSAID’s, die kunnen leiden tot cornea melting
- Langdurig gebruik van steroïden, wat de traanfilm destabiliseert
Een recente studie van Schlegel (2023) laat zien dat postoperatieve topicale antibiotica kunnen leiden tot dysbiose, een afname in microbiële diversiteit. Deze dysbiose kan het natuurlijke microbioom verstoren, ontsteking bevorderen en veranderingen in de traanfilm veroorzaken.
3. Postoperatieve ontsteking
Ontstekingsprocessen na de operatie dragen eveneens bij aan het ontstaan of verergeren van droge ogen. Barisic verwijst hierbij naar Chuang (2017), die stelde dat een aanzienlijk deel van de ontevreden patiënten na cataractchirurgie klachten heeft die te herleiden zijn tot droge ogen.
Daarnaast kan er sprake zijn van Persistent Post-Surgical Pain (PPP). Deze aandoening komt voor bij 10–18% van de patiënten en uit zich als ernstige droge-ogen-achtige symptomen. De impact hiervan op kwaliteit van leven is aanzienlijk. Het verschil tussen STODS en PPP is dat STODS tijdelijk is, terwijl PPP langer dan drie maanden na de ingreep blijft bestaan.
Diagnostiek en risicovoorspelling
Voor het beoordelen van klachten raadt Barisic het gebruik van de OSDI-vragenlijst aan. Deze meet niet alleen droge-ogensymptomen, maar ook visuele beperkingen, wat hem volgens Barisic geschikter maakt voor de post-cataractpatiënt dan de andere vragenlijsten.
De Italiaanse groep van Villani et al. (2020) ontwikkelde de Ocular Surface Frailty Index, een voorspellende tool die meerdere diagnostische uitkomsten integreert om het risico op postoperatieve klachten te voorspellen. Deze index blijkt betrouwbaar en toepasbaar in de dagelijkse kliniek. De OSFI is (nog) niet beschikbaar in Nederland (september 2025).
Aanbevolen postoperatief beleid
Barisic adviseert om het behandelregime voor droge ogen dat preoperatief is ingesteld, postoperatief voort te zetten. Verder benadrukt hij:
Rekening houden met een tijdelijke vermindering van de functie van de klieren van Meibom, die na ongeveer drie maanden in de meeste gevallen hersteld zijn.Maar wat zeggen de gerandomiseerde gecontroleerde trials (RCT’s) over het effect van omega-3 op de tekenen en symptomen van droge ogen? De DREAM-studie van Asbell (2018) toonde geen significante verbetering van symptomen of klinische tekenen bij gebruik van omega-3-supplementen ten opzichte van placebo. De Cochrane-review concludeerde dat omega-3 mogelijk een rol speelt bij het managen van droge ogen, maar het bewijs is onzeker en inconsistent. Sommige testen, zoals de Schirmertest en TBUT (tear break-up time), lieten lichte verbeteringen zien, maar geen overtuigend effect op de symptomen zelf.
- Het gebruik van conserveermiddelvrije oogdruppels
- Postoperatief niet langer met medicamenteuze druppels druppelen dan noodzakelijk
- Het toevoegen van sodium hyaluronate 0.3%, op basis van bewijs van Wen (2020)
- In de eerste 3–4 weken na de operatie geen ooglidmassage of reiniging toepassen
- Rekening houden met een tijdelijke vermindering van de functie van de klieren van Meibom, die na ongeveer drie maanden in de meeste gevallen hersteld zijn.
Referenties
1. Chen, W. T., Chen, Y. Y., & Hung, M. C. (2022). Dry eye following femtosecond laser-assisted cataract surgery: a meta-analysis. Journal of Clinical Medicine, 11(21), 6228.
2. Chuang, J., Shih, K. C., Chan, T. C., Wan, K. H., Jhanji, V., & Tong, L. (2017). Preoperative optimization of ocular surface disease before cataract surgery. Journal of Cataract & Refractive Surgery, 43(12), 1596-1607.
3. Iglesias, E., Sajnani, R., Levitt, R. C., Sarantopoulos, C. D., & Galor, A. (2018). Epidemiology of persistent dry eye-like symptoms after cataract surgery. Cornea, 37(7), 893-898.
4. Iglesias, E., Sajnani, R., Levitt, R. C., Sarantopoulos, C. D., & Galor, A. (2018). Epidemiology of persistent dry eye-like symptoms after cataract surgery. Cornea, 37(7), 893-898.
5. Kasetsuwan, N., Satitpitakul, V., Changul, T., & Jariyakosol, S. (2013). Incidence and pattern of dry eye after cataract surgery. PloS one, 8(11), e78657.
6. Lu, Q., Lu, Y., & Zhu, X. (2021). Dry eye and phacoemulsification cataract surgery: a systematic review and meta-analysis. Frontiers in Medicine, 8, 649030.
7. Miura, M., Inomata, T., Nakamura, M., Sung, J., Nagino, K., Midorikawa-Inomata, A., … & Murakami, A. (2022). Prevalence and characteristics of dry eye disease after cataract surgery: a systematic review and meta-analysis. Ophthalmology and therapy, 11(4), 1309-1332.
8. Park, Y., Hwang, H. B., & Kim, H. S. (2016). Observation of influence of cataract surgery on the ocular surface. PloS one, 11(10), e0152460.
9. Sajnani, R., Raia, S., Gibbons, A., Chang, V., Karp, C., Levitt, R., & Galor, A. (2018). Epidemiology of persistent post-surgical pain manifesting as dry eye symptoms after cataract surgery. Investigative Ophthalmology & Visual Science, 59(9), 3783-3783.
10. Schlegel, I., De Goüyon Matignon de Pontourade, C. M., Lincke, J. B., Keller, I., Zinkernagel, M. S., & Zysset-Burri, D. C. (2023). The human ocular surface microbiome and its associations with the tear proteome in dry eye disease. International Journal of Molecular Sciences, 24(18), 14091.
11. Stapleton, F., Alves, M., Bunya, V. Y., Jalbert, I., Lekhanont, K., Malet, F., … & Jones, L. (2017). Tfos dews ii epidemiology report. The ocular surface, 15(3), 334-365.
12. Villani, E., Marelli, L., Bonsignore, F., Lucentini, S., Luccarelli, S., Sacchi, M., … & Nucci, P. (2020). The ocular surface frailty index as a predictor of ocular surface symptom onset after cataract surgery. Ophthalmology, 127(7), 866-873.
13. Wen, Y., Zhang, X., Chen, M., & Han, D. (2020). Sodium hyaluronate in the treatment of dry eye after cataract surgery: a meta-analysis. Annals of Palliative Medicine, 9(3), 92739-92939.
14. Xue, W., Zhu, M. M., Zhu, B. J., Huang, J. N., Sun, Q., Miao, Y. Y., & Zou, H. D. (2019). Long-term impact of dry eye symptoms on vision-related quality of life after phacoemulsification surgery. International Ophthalmology, 39(2), 419-429.Bang, H. O., Dyerberg, J., & Nielsen, A. B. (1971). Plasma lipid and lipoprotein pattern in Greenlandic West-coast Eskimos. The Lancet, 297(7710), 1143-1146.
4.1 Optimaliseer de eerste twee minuten van je consult
Verslag van de lezing door Marc Labetoulle (Frankrijk)
De eerste twee minuten van een consult zijn doorslaggevend. Door goed te luisteren en gerichte vragen te stellen, kan de optometrist sneller de juiste oorzaak vaststellen en een passende behandeling kiezen. Het merendeel van de droge-ogenpatiënten blijkt geen tekort aan tranen te hebben, maar juist een te snelle verdamping van de traanfilm. Het differentiëren tussen deze oorzaken is cruciaal, omdat de aanpak sterk verschilt.
Droge ogen: Keep it simple?
Veel beginnende optometristen gaan ervan uit dat droge ogen simpelweg veroorzaakt worden door een tekort aan tranen. Maar die verklaring is iets te beperkt. Volgens de veelgebruikte DEWS II-definitie (A.J. Bron et al., The Ocular Surface, 2017) is droge ogen een multifactoriële aandoening van het oogoppervlak, waarbij de balans van de traanfilm verstoord is. Die instabiliteit kan leiden tot klachten als irritatie, wazig zicht, ontsteking, beschadiging van het oogoppervlak en zelfs neurosensorische afwijkingen.
Twee hoofdoorzaken: tekort of verdamping
– Tear-deficiëntie: er is te weinig water in de traanfilm.
– Verdampingsgerelateerd: de traanfilm verdampt te snel.
In 80-90% van de droge ogen gevallen is verdamping van de traanfilm de oorzaak. De Break Up Time (BUT) is in beide gevallen verkort.
Er zijn verschillende factoren die een verkorte BUT kunnen veroorzaken, zoals toxiciteit van oogdruppels en een recente corneale infectie, Map Dot Fingerprint, Thygeson syndroom, malpositie van de oogleden, floppy eyelid syndroom en Demodex op de oogleden, allergie, superior limbale keratitis, neuropatische pijn syndroom (pijn zonder staining) en neuroptrofische keratopathie (staining zonder pijn).
De waarde van luisteren
Volgens Labetoulle liggen de eerste twee minuten van het consult aan de basis van een goed onderzoek. Begin niet meteen met meten en het spleetlamponderzoek, maar luister naar de patiënt. Door gericht vragen te stellen, krijg je direct inzicht in:
- De ernst van de klachten
- Mogelijke oorzaken
- Comorbiditeit
Uit de studie van Labetoulle (2017) blijkt dat 82% van de patiënten minimaal twee van de vijf meest voorkomende symptomen noemt: jeukende, droge, branderige, prikkende en oncomfortabele ogen.
Een nuttige vraag is ook “Bij welk weer zijn uw klachten het ergst?”. De meest genoemde triggers zijn:
Wind (71%) – stimuleert de mechanoreceptoren, wat een knipper- of knijpreflex opwekt ter bescherming.
Zon (60%)
Hitte (42%) – verhoogt de verdamping van de traanfilm.
Kou (34%) – activeert de koudereceptoren, wat leidt tot een gevoel van droogte en irritatie, zelfs zonder duidelijke schade aan de cornea.
Symptomen geven richting
Door al die vragen te stellen en te luisteren naar de patiënt krijg je al zoveel informatie dat je sneller of makkelijker de oorzaak van de droge ogen kunt achterhalen. Bijvoorbeeld patiënten met een watertekort ervaren vaak verergering in de loop van de dag. Bij overmatige verdamping zijn de klachten juist het ergst in de ochtend. Bij een watertekort van de traanfilm hebben patiënten veelal een wind-koude- en lichtintolerantie. En bij het sicca syndroom of Sjögren is er een tekort aan water in de traanfilm waarbij de Sjögren patient vaak in de nacht opstaat om een glas water te drinken, problemen aan het gebit hebben, urineweg- of genitale infecties en arhtritis kunnen hebben.
Let ook op specifieke kenmerken:
- Sicca- of Sjögren-syndroom: nachtelijke dorst, gebitsproblemen, genitale of urineweginfecties, artritis.
- Map-Dot-Fingerprint dystrofie: hevige pijn bij ontwaken.
- Floppy eyelid syndroom of incomplete oogsluiting: ochtendklachten.
- Allergieën, cosmetica, medicatie: recent ontstane klachten.
Impact op het dagelijks leven
Labetoulle benadrukt, zoals zovele sprekers op het congres, de impact van droge ogen op de kwaliteit van leven en dat het meer is dan wat ongemak. Zo draagt 40% van de patiënten met droge ogen altijd een zonnebril ongeacht de weersomstandigheden en 13% van de patiënten slaapt slecht. 12% van de patiënten beschouwt het echt als een handicap.
Referenties
1. Baudouin, C., Messmer, E. M., Aragona, P., Geerling, G., Akova, Y. A., Benítez-del-Castillo, J., … & Labetoulle, M. (2016). Revisiting the vicious circle of dry eye disease: a focus on the pathophysiology of meibomian gland dysfunction. British Journal of Ophthalmology, 100(3), 300-306.
2. Labetoulle, M., Rolando, M., Baudouin, C., & van Setten, G. (2017). Patients’ perception of DED and its relation with time to diagnosis and quality of life: an international and multilingual survey. British Journal of Ophthalmology, 101(8), 1100-1105.
Welke AYZ voor jouw droge ogen?
Voor het verlichten van de klachten van droge ogen is er niet een enkele oplossing die voor iedereen werkt. Ooghygiëne en oogdruppels (‘kunsttranen’) kunnen bijdragen aan verlichting van jouw klachten. Zeker zo belangrijk is de wijze waarop deze worden gebruikt. Als het je nog niet lukte om jouw klachten naar een aanvaardbaar niveau terug te brengen, dan kan onderzoek en begeleiding door een optometrist of arts een verstandige stap zijn.
Het AYZ assortiment biedt vele mogelijkheden die voor jou een oplossing kunnen bieden. Het is geschikt om in de context van een doordacht behandelconcept te worden ingezet.